documents24 Documenten               couple24 Vacatures

Lab5 - Webdevelopment Switzerland

Noodplanning

Wat is noodplanning?

Hoe bereiden de gemeente en de interventiediensten zich voor op noodsituaties?
Hoe is het crisisbeheer georganiseerd in onze gemeente?

Dit kan u terugvinden in de brochure 'Noodplanning en crisisbeheer in Lebbeke’.

Noodplanning in Lebbeke:

De burgemeester is bevoegd voor de coördinatie van de hulpverlening bij zware rampen.
Om dit op een snelle en gecoördineerde manier mogelijk te maken kreeg hij de opdracht (K.B. van 16/02/2006) om noodplannen op te maken (zie Ministeriële omzendbrief NPU-1).

Lebbeke beschikt over een Gemeentelijk Algemeen Nood- en Interventieplan, opgemaakt is volgens voornoemde wetgeving.
Hierbij vindt u een korte omschrijving van de verschillende onderwerpen die de basis zijn van het GANIP.

Wat zijn noodplannen?

Volgens de bepalingen van het K.B. van 16/02/2006, uitgewerkt in de Ministeriële omzendbrieven NPU-1, 2 en 3, dient elke gemeente een nood- en interventieplan op te maken.
Er bestaat een ‘gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan (GANIP), dat het multidisciplinaire optreden regelt tijdens noodsituaties.
Dit GANIP wordt aangevuld met ‘bijzondere nood- en interventieplannen’ (BNIP’s), die opgesteld worden voor bijzondere risico’s die gelegen zijn op het gemeentelijke grondgebied.
Verder bestaan er ook nog monodisciplinaire plannen, die per discipline (zie verder) worden opgemaakt.

De belangrijkste BNIP’s zijn die voor rusthuizen, onderwijsinstellingen, industriële bedrijven en voor evenementen en manifestaties.

In het GANIP van onze gemeente is een risico-inventaris opgenomen die door de veiligheidscel werd goedgekeurd. Voor elk risico werd een actiekaart opgesteld, die voor de hulpdiensten een hulpmiddel zal zijn bij interventies op het desbetreffende risico.

Bedrijven, scholen, rusthuizen, enz. … moeten over een intern noodplan met een alarmeringssysteem en een evacuatieplan beschikken.
Dit plan voorziet in maatregelen bij ramptoestanden binnen de muren van hun instelling, bedrijf, ….

De veiligheidscel zorgt voor de opmaak en het up-to-date houden van zowel het GANIP als  elk BNIP.

Veiligheidscel

Omdat noodplanning vraagt om een multidisciplinaire aanpak, heeft elke gemeente een veiligheidscel opgericht.

Deze veiligheidscel staat in voor:

  • de opmaak en de actualisering van het gemeentelijke nood- en interventieplan;
  • het opmaken van de risico-inventaris en –analyse;
  • het organiseren van rampoefeningen;
  • het evalueren van noodsituaties en oefeningen;
  • het organiseren van de voorafgaande informatie over de noodplanning.

De burgemeester zit de veiligheidscel voor en wordt bijgestaan door een vertegenwoordiger van elke discipline. Ook de ambtenaar noodplanning en twee medewerkers, waaronder een secretaris, maken deel uit van deze veiligheidscel.

De disciplines:

Elke noodsituatie wordt bestreden door verschillende teams die in de rampenbestrijding disciplines worden genoemd.
Er zijn vijf disciplines:

  • discipline 1: brandweer of de hulpverleningsoperaties;
  • discipline 2: de geneeskundige, sanitaire en psychosociale hulpoperaties;
  • discipline 3: de lokale politie;
  • discipline 4: logistieke hulpverlening;
  • discipline 5: informatie.

Elke discipline dient een monodisciplinair interventieplan ter beschikking te hebben (deze plannen zijn een bijlage bij het GANIP).

Om tijdens een ramp een gecoördineerde samenwerking tussen de verschillende disciplines mogelijk te maken, is het uiteraard belangrijk dat elke discipline haar taken voldoende kent, er voldoende overleg is tussen de verschillende disciplines en de beslissingen die tijdens een rampsituatie moet genomen worden eenduidig en uitvoerbaar zijn.
De coördinatie gebeurt uiteraard binnen iedere discipline op zich.

Discipline 1: De hulpverleningsoperaties (brandweer).

De leiding van de hulpverleningsoperaties berust bij de directeur brandweer of de Dir-Bw.
De voornaamste opdrachten betreffende de hulpverleningsoperaties zijn:

  • de noodsituatie beheersen en de hieraan verbonden risico’s uitschakelen;
  • personen opsporen, bevrijden, helpen, redden en in veiligheid brengen en hun goederen beschermen;
  • personen en goederen opeisen;
  • maatregelen nemen om de uitbreiding van de gevolgen van de noodsituatie te voorkomen;
  • gevaarlijke stoffen opsporen, meten en bestrijden en de ontsmetting ervan verzekeren.

Discipline 2: De geneeskundige, sanitaire en psychosociale hulpoperaties.

De leiding van discipline 2 berust bij de federale gezondheidsinspecteur bijgestaan door de directeur medische hulpverlening.
De voornaamste opdrachten van discipline 2 zijn:

  • de oprichting van de medische keten: alarmering, verkenning en evaluatie, oprichting en organisatie van een vooruitgeschoven medische post: een ruimte in een veilige zone nabij het rampgebeuren waar alle slachtoffers worden ondergebracht in afwachting van transport naar ziekenhuizen of opvangcentra;
  • toedienen van de geneeskundige en psychosociale zorgen aan slachtoffers en betrokken personen;
  • vervoer van slachtoffers naar de ziekenhuizen;
  • vaststellen van overlijdens  en een provisorisch mortuarium inrichten en beheren;
  • informatie aan en over slachtoffers verstrekken;
  • opvang in een opvangcentrum verzekeren;
  • maatregelen nemen ter bescherming van de volksgezondheid.

De middelen die we hiervoor gebruiken zijn:

  • Medische urgentiegroepen;
  • ambulances;
  • ziekenhuizen;
  • Rode Kruis;
  • Vlaamse kruis.

Discipline 3: De politie van de plaats van de noodsituatie.

De leiding van discipline 3 is een opdracht van de directeur politie.
De voornaamste opdrachten van discipline 3 zijn:

  • openbare orde handhaven en herstellen;
  • toegangs- en evacuatiewegen vrijhouden;
  • perimeters installeren, fysisch afbakenen,signaleren en bewaken en de toegangscontrole verzekeren;
  • evacuatie van de bevolking uitvoeren en toezien op het schuilen;
  • overledenen identificeren;
  • bevolking informeren bij b.v. noodzakelijke evacuaties.

De middelen die we hiervoor gebruiken zijn:

  • Personeel en materieel van lokale politiediensten.

Discipline 4: De logistieke bijstand.

De leiding van discipline 4 is in handen van de directeur logistiek.
De voornaamste opdrachten van discipline 4 zijn:

  • Versterking inzake personeel en materieel;
  • technische middelen voor communicatie organiseren;
  • bevoorrading van levensmiddelen en drinkwater voor de hulpdiensten en de getroffenen;
  • opsporen, meten, en bestrijden van gevaarlijke producten, diverse werken uitvoeren.

De middelen die we hiervoor gebruiken zijn:

  • Personeel en materieel van de gemeentelijke technische dienst en de civiele bescherming;
  • opgeëist materieel en personeel.

Discipline 5: Informatie.

De leiding van discipline 5 is in handen van de directeur informatie.
De voornaamste opdrachten van discipline 5 zijn:

  • Tijdens de noodsituatie:
    • informatie en richtlijnen aan de bevolking
    • informatie en richtlijnen aan de pers
  • Na het opheffen van de noodsituatie:
    • informatie over de maatregelen voor de terugkeer naar de normale situatie.

De middelen die we hiervoor gebruiken zijn:

  • de gemeentelijke communicatie- en informatiedienst;
  • alle mediakanalen.

Samenstelling van de veiligheidscel:

  • Voorzitter: François Saeys, burgemeester
  • Secretaris: Danny Van Den Vreken, 1ste sergeant (discipline 1)
  • ambtenaar noodplanning: Danny Van Den Vreken
  • discipline 1: Chris Van Weyenberg, luitenant-dienstchef - vertegenwoordiger: Peter Callaert, sergeant
  • discipline 2: Jean Van Brantegem verpleegkundig expert (FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) en Sven Huygens (psycho-sociale luik)
  • discipline 3: Kurt Van der Straeten, zonechef en Geert Ost, hoofdinspecteur (of hun vervangers)
  • discipline 4: Sven De Ridder
  • discipline 5: Ann Seymoens
  • een aantal deskundigen (naargelang van het soort risico)

Noodsituatie

Een noodsituatie wordt gecoördineerd tussen twee organen, de operationele commandopost of CP-OPS en het gemeentelijke coördinatiecomité of GCC.

  • Operationele Commandopost (CP-OPS):

De CP-OPS is de bevelstructuur op het terrein. De brandweer is, in de meeste gevallen, verantwoordelijk voor de opbouw ervan.
De CP-OPS is samengesteld uit vertegenwoordigers van elke discipline.
De voornaamste opdracht is het verzamelen van gegevens over de ramp en het informeren van het GCC.
De vertegenwoordigers van de CP-OPS nemen alleen operationele beslissingen.

  • Het gemeentelijke coördinatiecomité (GCC):

Is een niet-permanent orgaan. Komt enkel samen wanneer dit vereist is (in grote crisissituaties).
Zij vergaderen steeds in een vooraf bepaald gebouw, in de omgeving van de ramp, maar buiten de gevarenzone.
Afhankelijk van de fasering, kan dit een gemeentelijk-, een provinciaal- of een federaal coördinatiecomité zijn.
Het GCC heeft een beslissingsopdracht en zoekt naar oplossingen op vragen afkomstig van de CP-OPS.
Het GCC heeft ook een communicatieopdracht naar de bevolking, de slachtoffers en de pers.

Alarmfasen:

Het niveau van het crisisbeheer (en de noodplanning) wordt bepaald op basis van volgende criteria:

  • feiten
  • aantal slachtoffers
  • milieueffecten
  • economische weerslag
  • sociale weerslag
  • benodigde middelen
  • aard van de noodsituatie

GEMEENTELIJKE FASE
De gemeentelijke fase heeft betrekking op de interventie van de lokale hulpdiensten voor een gebeurtenis waarvan de gevolgen beperkt blijven tot het grondgebied van de gemeente.
De operationele en de beleidscoördinatie worden verzekerd door de burgemeester.
Deze fase wordt afgekondigd door de burgemeester of zijn afgevaardigde. Hij brengt daarvan de gouverneur op de hoogte.

PROVINCIALE FASE
De provinciale fase heeft betrekking op de interventie van de verschillende hulpdiensten wanneer:

  • ofwel de omvang van de noodsituatie een beheer ervan door de gouverneur is vereist;
  • ofwel de directe gevolgen van de noodsituatie het grondgebied van de gemeente overschrijden.

De operationele en de beleidscoördinatie worden vanaf dan verzekerd door de gouverneur.
Deze fase wordt afgekondigd door de gouverneur of zijn afgevaardigde. Hij brengt daarvan de Minister van Binnenlandse Zaken op de hoogte.

FEDERALE FASE
De federale fase kan onder andere afgekondigd worden indien de gebeurtenissen zich uitstrekken over het grondgebied van meer dan één provincie of er meer middelen nodig zijn dan die waarover de gouverneur beschikt.
De operationele en de beleidscoördinatie worden verzekerd door de Minister van Binnenlandse Zaken.
Deze fase wordt afgekondigd door de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde.

Crisiscommunicatie:

Crisiscommunicatie is van cruciaal belang tijdens een ramp. Het is belangrijk dat correcte informatie wordt meegegeven, zodat onnodige paniek kan vermeden worden.
Op het gemeentelijk niveau is het de burgemeester die instaat voor de informatiedoorstroming. Hij doet dit in eigen persoon of via de gemeentelijke persverantwoordelijke.

Het informatiepakket kan in drie luiken opgesplitst worden:
1/Informatie aan de slachtoffers en hun familie:
het is zeer belangrijk dat de dichtst betrokkenen snel de juiste informatie krijgen.

2/Praktische informatie aan de bevolking:
de lokale politie en technische dienst van de gemeente worden belast met de onontbeerlijke informatie naar de bevolking toe en kunnen daarvoor gebruik maken van één of meerdere middelen:

  • alarmsirenes;
  • wagens met geluidsversterkers;
  • radio en televisie.

Volgende informatie wordt doorgegeven

  • wat is er precies gebeurd?
  • Wat zijn de gevolgen?
  • Moet men bepaalde medicijnen innemen?
  • Waarschuwingen met het gebruik van water en voedsel?
  • Waarschuwen aan automobilisten om de geteisterde zone te verlaten;
  • … .

3/Informatie aan de pers:
Via persberichten worden de verschillende media op de hoogte gebracht van het gebeuren.
Ze krijgen informatie omtrent de plaats van het gebeuren, de aard van het ongeval en de te nemen maatregelen door de bevolking.
Deze informatie wordt gegeven door de burgemeester, voorzitter GCC.

Wat kunt u doen?

 U bent getuige van een ramp: Bel het hulpcentrum 112.

Wat moet u vermelden bij het bellen naar het hulpcentrum 112?

  • Vermeld het juiste adres van de plaats waar de ramp zich voordoet
  • Geef juiste informatie over de ramp
  • Probeer de omvang van de ramp te omschrijven
  • Probeer het aantal slachtoffers in te schatten
  • Beantwoord de vragen
  • Bel terug als de situatie wijzigt.

De telefoonverbindingen naar het hulpcentrum 101 - 112 zijn kosteloos.
De persoon die uw oproep ontvangt is gebonden aan het beroepsgeheim. Het duurt enkele seconden vooraleer u aansluiting krijgt met de dispatcher, dus verbreek de telefoonverbinding niet voortijdig.

Belangrijke informatie voor inrichters van evenementen en manifestaties op het grondgebied van de gemeente:

Het koninklijk besluit van 16 februari 2006 voorziet o.a. de rol van de veiligheidscel. Zo dient de veiligheidscel rekening te houden met gesignaleerde risico’s.
Iedereen die een evenement of manifestatie op het grondgebied van de gemeente organiseert is verplicht dat vooraf te laten weten aan de veiligheidscel.

De organisatie moet een volledig dossier indienen over de geplande manifestatie of het evenement.
De betrokken organisator(en) zal(zullen) samen met de betrokken disciplines van de veiligheidscel dit dossier uitvoerig bespreken, en bepalen welke veiligheidsmaatregelen al dan niet dienen genomen te worden, om dit evenement of deze manifestatie veilig te laten verlopen.
Deze aangifteplicht geldt voor alle evenementen of manifestaties die een gevaar zouden kunnen opleveren op het grondgebied van onze gemeente. Het is de veiligheidscel die hierover zal oordelen.

De aangifte dient ten minste 4 maand vóór de startdatum van het evenement of de manifestatie toe te komen bij de veiligheidscel, Flor Hofmanslaan 1 te 9280 Lebbeke.

Bijkomende informatie kan je steeds bekomen bij één van de leden van de veiligheidscel of op het:
Administratief Centrum
t.a.v. Danny Van Den Vreken of Albert Vereeken
Flor Hofmanslaan 1
9280 Lebbeke
052/46 82 37
0476/80 37 52